Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Inleiding

Omschrijving (toelichting)

De paragraaf financiering in de begroting is in het BBV en in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop Dienst Dommelvallei de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. Dit vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving kennen we het treasurystatuut van Dienst Dommelvallei. Dit statuut bevat regels om de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.

Interne- en externe ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Interne- en externe ontwikkelingen

EMU-saldo 
Het jaarlijkse aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden is voor de jaren 2025 tot en met 2027 gesteld op -0,06% van het BBP. Voor de jaren 2025 tot en met 2027 is het aandeel van gemeenten in de EMU-tekortruimte vastgesteld op - 0,27% BBP. Jaarlijks publiceert het ministerie van BZK voor gemeenten individuele EMU-referentiewaarden. Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie. Voor gemeenschappelijke regelingen zijn geen individuele referentiewaarden vastgesteld. Het EMU-saldo van gemeenschappelijke regelingen wordt op basis van de verhoudingen in gemeentelijke bijdragen aan de deelnemende gemeenten toegerekend.

Met het hierna opgenomen EMU-overzicht wordt inzage gegeven in de geldstromen binnen de begroting zonder onttrekkingen uit de reserves.

Nr. Omschrijving 2026 2027 2028
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 0 0 0
2. Mutatie (im)materiële vaste activa 131 756 453
3. Mutatie voorzieningen 0 0 0
4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 0 0 0
5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa 0 0 0
Berekend EMU-saldo 131 756 453

Liquiditeit

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Liquiditeit

Het voornemen is om zoveel mogelijk met kasgeldleningen te werken voor de financiering van investeringen. Als we de kasgeldlimiet meer dan 2 kwartalen overschrijden en de tegoeden van de gemeenten niet toereikend zijn, kan een langlopende geldlening worden afgesloten. 

In onderstaande tabel zijn de geldleningen OG gebaseerd op de huidige leningenportefeuille en niet op de financieringsbehoefte. Uit onderstaande tabel blijkt dat voor de komende jaren een totale financieringsbehoefte ontstaat van maximaal € 1,3 miljoen.

2027 2028 2029 2030
Activa 2.097 1.341 888 494
Geldleningen OG 0 0 0 0
Reserves en voorzieningen -777 -777 -777 -777
Financieringsbehoefte 1.320 564 111 -283

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet vormt de bovengrens tot waar een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. Als voor het 3e achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld en moeten de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het begrotingstotaal.

Stap Omschrijving 2027
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
Omvang begrotingstotaal 23.933
Percentage regeling 8,20%
1 Toegestane kasgeldlimiet 1.963
Vlottende korte schuld
Opgenomen gelden < 1 jaar 1.000
Schuld in rekening courant 0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar 0
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0
2 Totaal vlottende korte schuld 1.000
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 0
Tegoeden in rekening courant 8
Overige uitstaande gelden < 1 jaar 0
3 Totaal vlottende middelen 8
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3) 992
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) 970

Conclusie kasgeldlimiet
Voor 2027 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de maximale bovengrens van de kasgeldlimiet.

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm

De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel zijn de aflossingen gebaseerd op de huidige leningenportefeuille en niet op de financieringsbehoefte. 

Stap Omschrijving Begroot 2027 Begroot 2028 Begroot 2029 Begroot 2030
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 0 0 0 0
3 (1+2) Renterisico 0 0 0 0
4 Begrotingstotaal 23.933 24.853 25.573 26.209
5 Percentage regeling 20% 20% 20% 20%
6 (4 x 5) Renterisiconorm 4.787 4.971 5.115 5.242
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) 4.787 4.971 5.115 5.242

Conclusie renterisiconorm
Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Schatkistbankieren

Omschrijving (toelichting)

Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist. De EMU-schuld en de financieringsbehoefte van het Rijk vermindert hierdoor. Decentrale overheden kunnen in het kader van de uitoefening van de publieke taak nog steeds geld uitlenen aan een andere decentrale overheid. De verantwoording van schatkistbankieren gebeurt in de jaarrekening.